Bij overgevoeligheid voor evenwichtsprikkels kan je kindje het lastig vinden om bewogen te worden door anderen. Tevens heeft je kindje voorkeur voor rustige en zittende spelletjes. Het kan snel duizelig worden bij bewegingsactiviteiten. Omdat de prikkel te heftig binnenkomt kan het kind niet vertrouwen op zijn lichaam, waardoor en dus houdingsonzekerheden ontstaan.

Bij een ondergevoeligheid vinden kinderen het vaak heerlijk om rondgedraaid te worden en zoeken kinderen juist bewegingsactiviteiten op. Ze ervaren geen risico’s bij hoog in bomen klimmen. Hierdoor kunnen kinderen vaak vallen of zich steeds stoten, omdat het lichaam geen gevaar registreert voor de bewegingen die het kind maakt.